1 juni NK Scholenkampioenschap Watersport bij WV het Bovenwater

Op woensdag 1 juni, de dag vóór Hemelvaartsdag, zal het terrein van WV het Bovenwater bevolkt worden door middelbare scholieren uit het hele land. Op deze dag vindt namelijk de finale van Mission Olympic, het scholenkampioenschap voor het voortgezet onderwijs, plaats.
Rond de honderd scholieren varen op deze dag de finale op het Bovenwater.
Het is dit jaar voor het eerst dat de finaledag in Lelystad wordt georganiseerd, los van de landelijke finale in Amsterdam. Hierdoor is er meer ruimte voor de wedstrijden en hebben we meer tijd om veel wedstrijden te varen. We hebben gehoord dat er zelfs hoog bezoek komt om de prijzen aan het eind van de dag uit te reiken!
Het Mission Olympic Nederlands Kampioenschap Watersport voor scholen wordt georganiseerd door de KVLO; NOC*NSF, Coca Cola en het Watersportverbond, samen met WV het Bovenwater. Het zal een drukke en vooral gezellig dag worden, u komt toch ook kijken?
Voorafgaand aan de finale wordt door het Watersportverbond op een aantal plaatsen in Nederland een watersportdag(zeilen, surfen,kanoën) georganiseerd.
Om deel te nemen aan het onderdeel watersport van de Mission Olympic Schoolsport Competitie is een voldoende vaardigheid om onder redelijke weersomstandigheden een rondje te zeilen vereist.
Er wordt gezeild in Laser Pico's.
U kunt op het inschrijfformulier aangeven of u eventueel interesse heeft met uw school deel te nemen. Deze interesse geven wij door aan het watersportverbond en zij nemen verder contact met u op over het vervolg. Scholen die hun interesse aangeven worden benaderd zodra de activiteiten volledig vorm gekregen hebben. Op dat moment kunt u aangeven of u nog steeds geïnteresseerd bent!
Richtlijnen Zeilen
Richtlijn voor instap niveau deelnemers Watersport Mission Olympic komt overeen met niveau CWO-2 Jeugdzeilen. Vergelijkbaar niveau CWO-2 Kielboot of Zwaardboot.
1. Boot zeilklaar en nachtklaar maken
Zeilklaar maken: boot zeilklaar maken op de wal. Zeil dat al is bevestigd aan de mast in het schip aanbrengen, zeilschoot inscheren. Inventaris compleet maken. Meehelpen bij boot te water laten.
Nachtklaar maken: meehelpen bij boot uit het water halen. Boot opruimen: mast en zeil uit de boot nemen, zeil (nog bevestigd aan mast) goed oprollen, inventaris uit het schip halen, schip schoon en droog maken.
2. Boot te water laten, uit het water halen en verhalen
Te water laten: met hulp de boot naar het water tillen en met zo weinig mogelijk kans op blessures (rug verticaal houden) of beschadigingen aan de boot of wal, te water laten. Daarna de boot vastleggen, aan boord gaan en roer plaatsen indien er gezeild gaat worden of riemen, indien er geroeid gaat worden.
Uit het water halen: na verwijderen van zwaard en roer, van boord gaan, de boot uit het water tillen en op zijn plaats brengen, waarbij beschadigingen of blessures voorkomen worden.
Boot verhalen: met behulp van peddel en/of riemen.
3. Stand en bediening van de zeilen
Oploeven en afvallen met juiste schootbediening.
Diverse koersen t.o.v. de windrichting varen en op alle koersen zorgen voor redelijke zeilstanden. Daarbij hoeft nog niet op het gangboord uitgehangen te worden.
4. Sturen, roer- en zwaardbediening
Goed gebruik van de helmstok met een goede houding (dwars in de boot met de rug tegen het loefgangboord en met de zij tegen het middenschot aanzitten). Voor de wind en op ruime koersen zwaard (gedeeltelijk) omhoog halen.
5. Overstag gaan
De boot door de wind sturen met behoud van zoveel mogelijk snelheid, niet in de wind blijven liggen. Na de overstagmanoeuvre weer aan de wind gaan varen. Met het gezicht naar de voorkant van de boot gericht en niet te vroeg gaan verzitten.
6. Gijptechnieken
Zien aankomen wanneer gegijpt moet worden. Een voor de windse gijp opvangen zonder erg grote koerswijziging. Draaigijp om een boei redelijk beheersen.
7. Opkruisen in een breed vaarwater
In een niet bezeild ruim vaarwater een in de windse koers vermijden door te kruisen. Na de overstagmanoeuvre weer aan de wind gaan varen.
8. Aanlopen bovenwinds gelegen punt
Met niet te veel overbodige slagen een bovenwinds gelegen punt aanlopen. Een dwarspeiling enigszins kunnen toepassen.
9. Afvaren van hoger wal en langswal
Opletten dat andere vaartuigen niet gehinderd worden. Over de juiste boeg volvallen.
10. Aankomen aan hoger wal en langswal
Op een van tevoren gekozen plaats aan hoger wal zacht aankomen door aan de wind het zeil te vieren of d.m.v. een opschieter. Indien de boot te hard gaat: wegdraaien of afremmen d.m.v. het uitduwen van het zeil. Een assistent mag vanaf de wal de boot helpen opvangen.
11. Hangtechniek en gewichtsverdeling
Reageren door gewichtsverplaatsing in dwars- en langsrichting op veranderingen in windkracht en koers, waarbij nog niet op het gangboord uitgehangen behoeft te worden.
12. Boot stilleggen en op gang brengen
Vaart minderen door zeilschoot te vieren op een koers met de wind dwars of voorlijker dan dwars. Na tot stilstand te zijn gekomen de schoot langzaam weer aantrekken en wegvaren.
13. Omslaan en oprichten van de boot
De boot op bijv. halve windse koers om laten slaan naar lij. De boot rechtop trekken door aan het zwaard te gaan hangen. In de boot klimmen en leeghozen (assistentie in de nabijheid vereist).
14. Bijzondere vaartechnieken: deinzen, stilliggen
Deinzen: na een zet achteruit te hebben gekregen de boot achteruit kunnen sturen en volvallen over de gekozen boeg.
Stilliggen: de boot op aan de windse koers enige tijd op zijn plaats houden door vieren van het zeil en helmstok zo nu en dan naar lij te duwen om afvallen te voorkomen.
15. Veilig handelen bij windvlagen
Bij een vlaag kan het zeil onmiddellijk gevierd worden of, daar waar voldoende ruimte is, de helmstok (verlenger) ook losgelaten worden waardoor de boot oploeft (opsturen bij aan de windse koers is nog niet verplicht).
16. Gesleept worden
In de sleep komen: met gestreken zeil of zeil los van de giek, grootzeilschoot en neerhouder uitscheren (het zeil kan vrijelijk draaien). Landvast overbrengen naar slepende schip en een volgende boot op de juiste wijze aan eigen boot vastmaken. Zwaard eruit halen en dan goed sturen achter het sleepschip.
Uit de sleep gaan: met gestreken zeil of zeil van achteraf losgooien uit de sleep en een veilige plaats zoeken om aan te leggen.
Reglement Watersport
De teams:
● Er wordt gewerkt in twee categorieën:
- Categorie ‘klas 1 t/m 3'
- Categorie ‘schoolteam'
● Alle deelnemers moeten kunnen zwemmen.
De spelregels:
● De officiële regels van het Watersportverbond zijn van toepassing met in achtneming van de volgende regels:
● Voorwaarde voor deelname bij zeilen is dat de deelnemers op niveau CWO-2 van het jeugdzeilen kunnen zeilen.
● Er wordt in teams van 2 leerlingen gevaren. Twee personen per zeilboot van het type Laser Pico.
● Er wordt gevaren in een korte driehoek lusbaan, waarbij de te ronden boeien aan bakboord gehouden moeten worden, dus linksom ronden (Zie onderstaand plaatje).
● Startprocedure:
- 5 minutensein, klassenvlag hijsen en geluidssein.
- 4 minutensein, P of I vlag hijsen en geluidssein.
- 1 minutensein, P of I vlag strijken en geluidssein.
- Startsein, klassenvlag strijken en geluidssein.
● Per ronde wisselen de groepen om wedstrijden van gelijke sterkte te houden.
De puntentelling:
● Per wedstrijd krijgt een leerling het aantal punten van zijn finishpositie toegekend, dus de nummer één krijgt één punt, de nummer twee krijgt twee punten, etcetera.
● De leerling met het minst aantal punten na alle wedstrijden wint.
● Winnaars van de voorronden gaan door naar de finale.
● Degene die bij het zeilen wint in de finale wordt Nederlands kampioen schoolzeilen.
● In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding eventueel na contact met de afdeling schoolsport van de KVLO.